UvA: 385 jaar in ontwikkeling

Precies 385 jaar geleden, op 8 januari stichtten de burgers van Amsterdam de UvA. Dat wil zeggen, de twee beroemde wetenschappers Gerard Vossius en Caspar Barlaeus openden het breed toegankelijke Athenaeum Illustre in de Agnietenkapel, het genootschap dat later opging in de Universiteit van Amsterdam.

In 2017 viert de Universiteit van Amsterdam haar 385-jarig bestaan. In januari 1632 hielden Caspar Barlaeus en Gerardus Vossius hun inaugurele redes in het Athenaeum Illustre. Deze ‘illustere school’ was gevestigd in de Amsterdamse Agnietenkapel en wordt algemeen beschouwd als de voorloper van de Universiteit van Amsterdam.
Vossius startte de UvA-geschiedenis op 8 januari 1632 in de Agnietenkapel met zijn oratie 'De historiae utilitate' (Over het nut der geschiedenis) en een dag later hield Barlaeus het betoog 'Mercator Sapiens' (De wijze koopman). De twee waren op dat moment internationale bekenden: Vossius had naam gemaakt als hoogleraar in Leiden en werd weggekaapt door Amsterdam, mede door het hoogste jaarsalaris van de Nederlanden in het vooruitzicht. Volgens zijn collega Barlaeus had het Amsterdamse stadsbestuur de wijsheid in pacht om in het Athenaeum succesvol koopmanschap te verenigen met letteren en wijsbegeerte. De Agnietenkapel zat geregeld vol met diverse studenten (en zelfs toeristen) die de vrij toegankelijke lessen van de hoogleraren volgden. De band tussen de gemeente en de universiteit zou in de komende eeuwen alleen maar sterker worden.

Van 1632 tot 2017

  • In 1815 werd het Athenaeum Illustre wettelijk erkend als instelling van hoger onderwijs, al kreeg het pas in 1877 het promotierecht. In dat jaar werd het Athenaeum Illustre omgevormd tot de gemeentelijke universiteit van Amsterdam met de naam Universiteit van Amsterdam. De hoogleraren en lectoren werden door het stadsbestuur benoemd, de burgemeester was uit hoofde van zijn ambt voorzitter van het universiteitsbestuur.
  • In 1961 nam de rijksoverheid de financiering van de universiteit over en werd het benoemingsrecht overgedragen aan het College van Curatoren.  
  • Tot 1971 bleef de gemeente invloed houden, daarna werd het benoemingsrecht overgenomen door het College van Bestuur.
  • Nieuwe faculteiten, studierichtingen en specialismen werden geïntroduceerd, wat zorgde voor een toename in het aantal studenten. In het interbellum verdubbelde de universiteitspopulatie naar ongeveer 2500 en na de Tweede Wereldoorlog werd de UvA officieel de grootste universiteit van het land. In 1950 studeerden er al meer dan 7.000 studenten, een aantal dat twee decennia later opliep tot 25.000. 
  • Anno 2017 telt de universiteit zeven faculteiten, 5.000 medewerkers en meer dan 30.000 studenten, waarvan bijna 14% afkomstig is uit het buitenland. De UvA is op zowel nationaal als mondiaal vlak uitgegroeid tot een gezaghebbend wetenschappelijk instituut en blijft zich ook na haar 385ste  verjaardag ontwikkelen op vele fronten.

Gepubliceerd door  Universiteit van Amsterdam

6 juni 2017